Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Omgaan met zakgeld
Omgaan met zakgeld

Omgaan met zakgeld


plaats

Rotterdam

datum

13-10-2007

medium

AD Geld en Recht

auteur

Irene van den Berg

trefwoorden

zakgeld, kleedgeld, kinderen, leergeld

artikelnummer

BE/0295.250


Omgaan met geld kun je niet vroeg genoeg leren. Zakgeld is een manier om kinderen de waarde van geld te laten inzien. Wanneer begin je met zakgeld en welk bedrag moet je jouw kind eigenlijk geven?

Leeftijd
Nederlandse ouders geven hun kind gemiddeld vanaf 6 jaar zakgeld. Dat is ook de leeftijd die het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) als geschikte leeftijd adviseert. Rond die leeftijd gaan ze naar groep drie van de basisschool waar ze hun eerste rekenlessen krijgen. Daardoor zullen ze de waarde van geld beter begrijpen.

Toch zullen de meeste kinderen van een jaar of zes het geld direct willen uitgeven. Geef ze daar ook de ruimte voor. Pas als ze wat ouder worden, krijgen ze meer besef van tijd. Ze begrijpen dan beter dat je door geld opzij te leggen kunt sparen voor iets duurders. Vraag jouw zoon of dochter niet om te sparen voor ‘later’, maar denk mee over iets concreets.

De hoogte van het zakgeld is afhankelijk van een aantal factoren:
- Hoeveel heb je als ouders te besteden? Als je minder financiële ruimte hebt, is het logisch dat de kinderen ook wat minder zakgeld krijgen
- Wat moet het kind ervan doen? Mag het kind het geld allemaal besteden aan ‘leuke dingen’ of moet het ook betalen voor de reis naar school of tussendoortjes in de pauze?
- Wat is de leeftijd van het kind?

Hieronder een aantal richtbedragen:
Leeftijd Bedrag per week
t/m 6 jaar minder dan € 1,00
7-9 jaar tussen € 1,00 en € 1,15
10 jaar tussen € 1,00 en € 1,85
11 jaar tussen € 1,00 en € 2,30
12 jaar tussen € 1,90 en € 4,60
13 jaar tussen € 2,30 en € 4,60
14 jaar tussen € 3,00 en € 5,80
15 jaar tussen € 3,50 en € 5,80
16 jaar tussen € 4,60 en € 6,90
17 jaar tussen € 4,60 en € 8,10
Bron: Nibud


Afspraken
Het is goed als kinderen leren omgaan met vaste inkomsten. Zo zijn ze beter voorbereid op de tijd waarop ze ook met een vast budget in de maand (salaris of uitkering) zullen moeten rondkomen. Maak daarom duidelijke afspraken. Zo weet het kind wanneer en hoe (contant of een rekening) het zijn zakgeld krijgt en wat het ervan moet betalen. Geef zakgeld op een vast tijdstip in de week en gebruik het niet als straf of beloning.

Beslis van tevoren of de volgende zaken wel/niet vallen onder het zakgeld:
- Reiskosten van en naar school
- Tussendoortjes in de pauze
- Mobiele telefoon
- Cadeautjes voor vriendjes en vriendinnetjes
- Spaargeld
- Abonnement op een tijdschrift
Wellicht zijn er ook zaken waar jouw kind zijn zakgeld niet aan mag besteden. Denk bijvoorbeeld aan snoep of sigaretten. Om het extra officieel tintje te geven, kun je samen een ‘zakgeldcontract’ opstellen. Hierin staan alle afspraken over het zakgeld. Leuk en leerzaam voor het kind en het kan ook ruzies voorkomen.

Kleedgeld
Ook kleedgeld is een goed middel om kinderen met geld om te leren gaan. Die ene dure spijkerbroek betekent dat de aankoop van dat leuke truitje nog even uitgesteld moet worden. Kinderen vragen vaak om kleedgeld om vrijer te zijn in hun kledingkeuzes. Ze hoeven niet voor iedere aankoop goedkeuring te vragen. Maar ook ouders heeft het geven van kleedgeld een aantal voordelen. Ze weten dan precies wat ze per maand aan kleding voor hun kinderen kwijt zijn. Bovendien kan het nogal wat discussies over kledingaankopen schelen.

Het Nibud adviseert kinderen ongeveer vanaf hun twaalfde kleedgeld te geven. Over de hoogte van het kleedgeld vind het Nibud lastiger om een advies uit te brengen. ,,Dat is afhankelijk van zaken als het inkomen, hoogte van de vaste lasten (zoals huur of hypotheek, gas en licht verzekeringen en telefoon). Daarnaast is ook van belang wat u aan kleding wilt besteden; wordt er in het gezin weinig of juist veel belang aan kleding gehecht?” Wel adviseert het Nibud een minimumdrag van 42 euro. Als je daar als ouder onder gaat zitten, wordt het voor een kind heel lastig om zichzelf te kleden van het geld.

Ook bij kleedgeld is het belangrijk dat er duidelijke afspraken worden gemaakt. Beslis van tevoren of de volgende zaken wel/niet vallen onder het zakgeld:
- Ondergoed
- Sportkleding
- Kledingreparaties
- Schoenen
- Winterjas

Financiële opvoeding
Zakgeld is leergeld. Het kind moet de vrijheid krijgen om zijn eigen fouten te maken. Is het kleedgeld allemaal opgegaan aan het zoveelste paar schoenen, dan betekent dat wellicht dat de versleten winterjas nog een jaartje langer meemoet. Grijp niet meteen in door zelf een nieuwe jas te betalen, want dan leert het kind daar weinig van. Wel kan het helpen om jouw zoon of dochter tussentijds te herinneren aan bepaalde uitgaven die in het verschiet liggen.

Zakgeld is niet de enige methode om kinderen de waarde van geld in te laten zien. Denk ook eens aan deze manieren :
- Laat jongeren kind meehelpen met boodschappen doen.
- Maak een winkeltje voor je kind, bijvoorbeeld met behulp van lege verpakkingen. Maak wat papiergeld of laat het betalen met muntjes.
- Laat kinderen hun oude speelgoed verkopen op een rommelmarkt. De opbrengst mogen ze zelf houden. Laat ze goed nadenken over de prijs van het speelgoed.
- Kijk samen naar de prijskaartjes om een gevoel voor de waarde van geld te ontwikkelen.
- Kijk samen met de kinderen naar de reclame en praat daarover.
- Heel belangrijk: geef zelf het goede voorbeeld! Als je zelf verstandig met geld om gaat, is de kans groter dat je jouw volgen.

[ < terug ]

aanverwante artikelen: