Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Interview hersenonderzoeker Christine van Broeckhoven
Interview hersenonderzoeker Christine van Broeckhoven

Interview hersenonderzoeker Christine van Broeckhoven


plaats

Antwerpen

datum

medium

Mediapartners

auteur

Judith van Ruiten

trefwoorden

Hersenonderzoek, Christine van Broeckhoven

artikelnummer

RU/0706.1200


,Door niet over dementie te praten, wordt het probleem echt niet kleiner’
De wereldberoemde hersenonderzoeker Christine van Broeckhoven houdt er een nog strakkere agendaplanning op na sinds haar boek ‘Brein en Branie’ vorig jaar verscheen. Wekelijks ontvangt ze tientallen e-mails van familieleden van dementerenden en andere geesteszieken uit Europa en daarbuiten. Allemaal willen zij hun verhaal kwijt na het lezen van haar boek of het zien van zomergasten. Veel van de lezers ondersteunen haar recente besluit om de politiek in te gaan. ,,Weet je dat het aantal zelfmoorden in België het hoogste is van Europa? Als lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers wil ik het recht op euthanasie voor dementerenden aankaarten”.

In haar werkkamer in de Universiteit Antwerpen steekt Christine van Broeckhoven (54) direct van wal. Ze is een uur te laat voor het interview. Nu heeft ze het gevoel dat ze verloren tijd moet inhalen. Ze groet wat wetenschappers in witte jassen op de gang. Stuift voorbij het pamflet met een lezing over moleculaire genetica in Antiqua, waarbij zij één van de sprekers is, en loopt haar kantoor binnen. ,,Neemt u mij niet kwalijk. Een afspraak missen is niets voor mij. Mijn secretaresse had u niet in mijn agenda gezet. Gelukkig maar dat ik zelf nooit iets vergeet. Van het ontrafelen van het geheugen heb ik mijn werk gemaakt, dus dat kan natuurlijk ook niet anders”.

,Niemand geloofde dat Alzheimerdementie erfelijk was’
Christine van Broeckhoeven is wetenschappelijk directeur van het Onderzoeksdepartement voor Moleculaire Genetica van het Vlaamse instituut voor Biotechnologie, waar ze tachtig mensen onder zich heeft. Ook werkt ze als hoogleraar in Antwerpen. Daarnaast is ze onderzoeksdirecteur van het Instituut Born-Bunge, dat de grootste hersenbank van België beheert. Het instituut verzamelt al sinds1933 hersenen van onder andere Alzheimer patiënten. Met haar baanbrekende onderzoek naar de genetische basis van de ziekte van Alzheimer behoort Van Broeckhoven tot de wereldtop in haar discipline. Door de jaren heen kreeg ze diverse wetenschappelijke onderscheidingen en prijzen. In 1993 ontving ze de Amerikaanse prestigieuze Potamkin-prijs voor haar onderzoek naar Alzheimerdementie. In 1995 de Belgische vijfjaarlijkse Joseph-Maisin prijs, in 2005 de Arkprijs voor het Vrije Woord en in 2006 de Internationale L’Oréal/UNESCO prijs voor Vrouwen in de Wetenschap.In 2006 werd ze benoemd tot Grootofficier in de Leopoldsorde, één van de hoogste koninklijke onderscheidingen.

In haar boek ‘Brein en Branie’ beschrijft Van Broeckhoven wat ze voelde toen ze voor het eerst de hersenbank bezocht in 1983. Als ik eraan terug denk, ervaar ik opnieuw dat overweldigende gevoel toen ik voor het eerst oog in oog stond met rekken waarop honderden hersenen in glazen bokalen op sterkwater stonden. Ik associeerde de hersenen met de kennis en ervaringen die al deze mensen in hun leven vergaard hadden. Ik zag in die hersenen hun psyche. Terwijl ik daar stond, drong het tot mij door dat deze mensen het allerbelangrijkste van zichzelf hadden gegeven. Ik besefte dat ik daar niet alleen respect voor diende te hebben, maar ook dat het de hoogste tijd was om moleculair-genetisch onderzoek te gaan doen met dit materiaal van mensen die hun diepste wezen aan de wetenschap hadden afgestaan’.

Jan Gheuens die als neuroloog onderzoeker aan het Instituut Born-Bunge was verbonden, gaf haar die kans. Hij vroeg haar te onderzoeken waar het genetisch defect lag in de twee Alzheimerfamilies die Ludo van Bogaert, de oprichter van de Bunge Kliniek, had beschreven. In de collectie van het instituut waren de hersenen van overleden patiënten uit deze families opgenomen. Van Broeckhoven: ,,Ik heb toen besloten het te proberen. Achteraf gezien was dat een naïeve beslissing. Niemand geloofde dat Alzheimerdementie een ziekte was. Niemand geloofde dat het erfelijk was en de mensen om het onderzoek te doen hadden we nog niet. Maar het is een goede beslissing gebleken.” In 1987 ontdekte zij dat het gen dat de ziekte van Alzheimer veroorzaakt zich op chromosoom 21 bevindt. Later toonde ze aan dat hersenbloedingen en dementie vaak hand in hand gaan. Amyloiden, eiwitfragmenten die in zieke hersenen niet worden afgebroken en plakken creëren, bleken hiervan de oorzaak te zijn. Het is iets waaraan vooral Alzheimerpatiënten lijden.

‘Je zou bijna denken dat we demente mensen op de werkvloer willen’
Van Broeckhoven had zich definitief opgewerkt van bijstandsmoeder tot bekende hersenonderzoeker. Terwijl ze begin jaren tachtig werkloos was en elke dag een stempel moest halen in het stempellokaal, was ze eind jaren tachtig een gerenommeerde wetenschapper. Ze is vooral Ludo van Bogaert dankbaar die haar met zijn uitgebreide hersenbank en informatie over twee Belgische Alzheimerfamilies een wereldwijde voorsprong gaf. Ze wilde niets liever meer dan werken met hersenen: ,,Vanaf het begin af aan was ik in de ban van dit prachtige, complexe orgaan waar bijna niemand zich aan durfde te wagen. Hersenen zijn hét orgaan bij uitstek van de mens. Als er iets met je hersenen gebeurt, kan je het vergeten. Alles ligt er gecodeerd en alles wordt er gecoördineerd. De hersenen zijn de motor van je hele lichaam, je hele zijn en psyche”.

Dementie vindt ze dan ook het ergste dat een mens kan overkomen. Van Broeckhoven: ,,Het tast de mens in zijn menszijn aan. Bij iedere persoon die aan de ziekte van Alzheimer lijdt, manifesteert de ziekte zich op een andere manier. Dat komt omdat dementie de persoon aantast, en omdat de eigenheid van elke persoon, van elke levensgeschiedenis anders is. De persoonsverandering die gepaard gaat met dementie lijdt tot enorme spanningen bij familie en geliefden. Sinds het verschijnen van mijn boek ontvang ik veel brieven en e-mails van partners van patiënten. Het komt dikwijls voor dat iemand de confrontatie met zijn dementerende echtgenoot niet langer aankan en zelf in therapie moet. Weet je hoe een dementerende in het laatste stadium eruit ziet?: als een foetus met opgetrokken benen. Geen ziekte is zo mensonterend als dementie!”.

Ze somt een paar agendapunten op. Van een interview met een wetenschapper is plotseling een gesprek ontstaan met een politicus van de Vlaamse Socialistische Partij (Sociaal Progressief Anders). Zo wil Van Broeckhoven dat mantelzorgers meer ontlast worden door ondersteuning van professionele hulpverleners. Daarnaast is ze vanzelfsprekend een fervente voorstander van meer geld voor hersenonderzoek. Bovendien wil ze een serieuze discussie opstarten over de mogelijkheid van euthanasie voor geesteszieken. Ze pleit voor een betere informatievoorziening over de ziekte voor dementerenden en hun geliefden en een veranderende beeldvorming over oudere mensen. Ze vertelt met zoveel vuur over deze kwesties dat je zou denken dat ze op dat moment haar zegje doet tijdens de donderdagmiddagzitting van de Kamer van Volksvertegenwoordigers. ,,Het is toch ongelooflijk dat in heel Europa wordt gesproken over het oprekken van de pensioenleeftijd, terwijl er zo weinig wordt geïnvesteerd in de gezondheid van hersenen en de zoektocht naar betere medicatie. Je zou bijna denken dat we demente mensen op de werkvloer willen. In de financiering voor de gezondheidszorg kom ik in elk geval geen beleidsprogramma’s voor de lange termijn tegen”.

‘Het is een illusie om te denken dat een medicijn dementie ooit kan genezen’
Van Broeckhoven noemt dementie één van de grootste uitdagingen van de 21e eeuw. Terwijl de babyboomgeneratie veroudert, groeit het aantal dementerenden. Het huidige aantal van 200 000 zal volgens voorspellingen verdubbelen naar 400 000 in 2040. Van Broeckhoven: ,,Momenteel sterft één op de vier mensen dement. De piek in dementie zit tussen 70 en 75 jaar. Doordat er steeds meer hoogbejaarden zijn, nemen dementie en andere ouderdomsgerelateerde ziekten voortdurend toe. Het is een probleem dat de maatschappij zelf creëert door de hoge kwaliteit van volksgezondheid. Ouderdomsgerelateerde ziekten mogen niet langer worden genegeerd. Geef ouderen de plek in de samenleving die ze verdienen. Nodig bijvoorbeeld eens een dementerende bejaarde uit in een talkshow. Door niet over deze dementie te praten, wordt het probleem echt niet kleiner!”.

Over het groeiende aantal dementerenden maakt Van Broeckhoven zich minstens zo druk als over het toenemende aantal mensen dat met een depressie kampt. ,, Mijn maag draait zich om als ik voor de zoveelste keer in de krant lees dat iemand weken na zijn sterven thuis wordt gevonden na klachten van stankoverlast. Weet je dat het aantal zelfmoorden in België het hoogste is van Europa. Dit is iets waarover eveneens meer discussie moet ontstaan”. Depressie is een onderwerp dat haar ook om persoonlijke redenen raakt. In haar boek gaat ze uitgebreid in op haar eigen depressie na het stuklopen van haar eerste huwelijk. Op wetenschappelijk vlak houdt ze zich naast het onderzoeken van Alzheimerdementie bovendien uitgebreid bezig met onderzoek naar manisch-depressieve psychosen en perifere zenuwziekten.

Het gebrek aan structurele financiering voor de wetenschap is een bron van ergernis voor haar. Dat mensen in België collecteren voor wetenschappelijk onderzoek vindt ze ontoelaatbaar. ,,Daardoor haken goede wetenschappers af of vertrekken ze naar landen waar ze meer kansen krijgen, zoals de Verenigde Staten. Ik vind het noodzakelijk dat overheden meer geld vrij maken voor onderzoek naar ziektes als Alzheimerdementie. De huidige medicijnen hebben weinig effect en leveren teveel bijwerkingen op. Het is een illusie om te denken dat er ooit een medicijn op de markt komt dat dementie kan genezen ofwel voorkomen. Ik ben er echter van overtuigd dat we medicamenten kunnen ontwikkelen die de ziekte op effectievere wijze afremmen. We zitten nu overigens in de testfase voor dergelijke medicijnen. Dat betekent niet dat er over een paar dagen een pilletje in de apotheek ligt om het afsterven van hersencellen af te remmen. Als de resultaten positief zijn, zal het nog zo’n vijf jaar duren voordat patiënten het medicijn kunnen gebruiken”.

Veel wetenschappers zijn net als Van Broeckhoven van mening dat patiënten die een hoge kans lopen om vroegtijdig te dementeren in de nabije toekomst preventief medicijnen moeten gebruiken. De wetenschapster: ,,Iedereen weet dat je een risico loopt op dementie op hogere leeftijd. Als je het te laat constateert, zijn mensen al dement en kun je het alleen een beetje vertragen. Hoe eerder je met medicatie begint hoe beter”. In de discussie over de mogelijkheid van euthanasie voor geesteszieken heeft ze veel patiënten aan haar zijde. Als ze zelf zou dementeren, zou ze het wel weten: ,,Dementie zit gelukkig niet in mijn familie. Maar ik weet zeker dat als ik mijn geheugen zou verliezen, het leven geen zin meer zou hebben. Ik ben zeker niet de enige die er zo over denkt. Je zou eens door de stapels brieven heen moeten gaan die ik krijg van dementerenden en familieleden. Je hebt geen idee hoeveel van deze mensen eerder willen sterven dan ze uiteindelijk zullen doen”.

Want is iemand nou hersendood of niet? Dat is de vraag die bijna altijd op de proppen komt als een dementerende in zijn laatste levensfase terechtkomt. Methoden om dit te meten zullen er wel nooit komen. Of een dementerende dus ooit bewust zal kunnen kiezen voor euthanasie is twijfelachtig. Van Broeckhoven: ,,Ik adviseer patiënten daarom om een wilsbeschikking op te stellen als ze nog helder van geest zijn. Nu kiezen veel dementerenden er in een vroegtijdig stadium bijvoorbeeld al voor om geen onnodige medische ingrepen te laten verrichten. Met een beslissing over leven en dood kun je geliefden domweg niet belasten. Ik ga vechten voor het wetsvoorstel over euthanasie. Maar er moet allereerst flink worden geïnvesteerd in de levenskwaliteit van dementerenden”.

Personalia
Christine Van Broeckhoven (Antwerpen, 9 april 1953) is een Vlaams moleculair biologe, geneticus en politica.
Als hoogleraar onderzoekt zij Alzheimerdementie, bipolaire stoornis en andere zenuwziekten bij volwassenen. Ze heeft een eigen onderzoeksgroep en onderzoeksdepartement voor moleculaire genetica aan de Universiteit Antwerpen. Hier voert ze een feministisch getint personeelsbeleid: positieve actie om meer vrouwen aan te nemen en aandacht voor de combinatie zorg en arbeid.
In 1993 ontving ze de Amerikaanse prestigieuze Potamkin-prijs voor haar onderzoek naar Alzheimerdementie. In 1995 de Belgische vijfjaarlijkse Joseph-Maisin prijs, in 2005 de Arkprijs voor het Vrije Woord en in 2006 de Internationale L’Oréal/UNESCO prijs voor Vrouwen in de Wetenschap. In 2006 werd ze benoemd tot Grootofficier in de Leopoldsorde, één van de hoogste koninklijke onderscheidingen. In de ranglijst van De Grootste Belg eindigde ze op de 48ste plaats.
Op 19 maart 2007 werd bekend gemaakt dat zij bij de federale verkiezingen de lijst voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers namens de sp.a in Antwerpen zou aanvoeren. Ze werd bij de verkiezingen in de Kamer verkozen. Eerder was ze actief in een denktank die minister en partijleider Johan Vande Lanotte adviseerde. In 2006 schreef ze Brein & Branie dat ook in Nederlandse boekwinkels te koop is.
[ < terug ]

aanverwante artikelen: